Beëindiging schuldsaneringsregeling ex artikel 354a Fw: verlening schone lei.
Rechtbank Rotterdam
Team insolventie
beëindiging schuldsaneringsregeling ex artikel 354a Fw: verlening schone lei
insolventienummer: [nummer]
uitspraakdatum: 22 februari 2021
Bij vonnis van deze rechtbank van 7 oktober 2019 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:
[naam] ,
[adres]
[woonplaats] ,
schuldenaar,
bewindvoerder: mr. J. Wijker.
1De procedure
Naar aanleiding van het verzoek van de bewindvoerder heeft de rechtbank de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling op grond van artikel 354a Faillissementswet (hierna: Fw) bepaald op 22 februari 2021. De behandeling heeft buiten aanwezigheid van schuldenaar en de bewindvoerder plaatsgevonden.
2De beoordeling
Op grond van artikel 354a, eerste en tweede lid, Fw kan de rechtbank, indien nog geen dag voor de verificatievergadering is bepaald en minstens een jaar is verstreken sinds de uitspraak tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, op voordracht van de rechter-commissaris, op verzoek van de bewindvoerder dan wel van de schuldenaar, een dag bepalen voor de terechtzitting waarop de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt behandeld. De rechtbank beëindigt de regeling slechts indien redelijkerwijs niet de verwachting bestaat dat de schuldenaar op zodanige wijze aan zijn verplichtingen kan voldoen dat voortzetting van de schuldsaneringsregeling gerechtvaardigd is en van omstandigheden als bedoeld in artikel 350, derde lid, onder c tot en met g Fw niet is gebleken.
De rechtbank stelt vast dat het saldo op de boedelrekening onvoldoende is voor het houden van een verificatievergadering en dat de verplichtingen tot op heden voldoende zijn nagekomen. Niet te verwachten valt dat tijdens de verdere looptijd van de schuldsaneringsregeling nog afloscapaciteit door schuldenaar gerealiseerd zal worden. Daarom komt de regeling in aanmerking voor een beëindiging als bedoeld in artikel 354a Fw.
De rechtbank oordeelt dat schuldenaar niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen. Aan schuldenaar zal daarom de zogenoemde “schone lei” worden verleend.
De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.
3De beslissing
De rechtbank:
-
stelt vast dat schuldenaar niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;
-
bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat dit vonnis in kracht van gewijsde is gegaan, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen per heden;
-
verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;
-
stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 1.367,26.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 22 februari 2021.1
Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.