Kosten voor opgelegde EMG niet betaald. Uit artikel 132, eerste lid, onder a WVW volgt dat eiser verplicht is zijn medewerking te verlenen.
Wanneer deze medewerking ontbreekt, is verweerder er op grond van artikel 132, tweede lid, van de WVW toe gehouden om over te gaan tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
Verweerder is terecht overgegaan tot de ongeldigverklaring van het rijbewijs van eiser.
Eiser is niet opgekomen tegen oplegging EMG. Dat besluit stond dus in rechte vast.
Rechtbank Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 20/1293
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van
12 februari 2021 in de zaak tussen
[naam eiser] , te [woonplaats eiser] , eiser,
en
De algemeen directeur van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, verweerder.
Eiser is zonder kennisgeving niet verschenen.
Verweerder is met kennisgeving niet verschenen.
Na de sluiting van het onderzoek ter zitting op 12 februari 2021 heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan. De beslissing en de gronden van de beslissing luiden als volgt.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Overwegingen
1. Vaststaat dat eiser de aan de EMG verbonden kosten niet uiterlijk op
20 november 2019 heeft voldaan of tijdig heeft verzocht om een betalingsregeling.
De rechtbank stelt voorop dat in deze zaak enkel ter discussie staat of verweerder op grond van het feit dat eiser niet tijdig de kosten voor de EMG heeft voldaan mocht overgaan tot een ongeldigverklaring van het rijbewijs van eiser. De vraag of verweerder terecht een EMG heeft opgelegd aan eiser, maakt geen onderdeel uit van dit geschil. Indien eiser het niet eens was met het opleggen van de EMG had hij beroep kunnen instellen tegen de beslissing op bezwaar van 27 november 2019, waarbij zijn bezwaar gericht tegen het opleggen van de EMG niet-ontvankelijk is verklaard. Nu eiser dit niet heeft gedaan, staat dat besluit in rechte vast. Dit betekent dat er vanuit dient te worden gegaan dat de EMG terecht is opgelegd.
2. De rechtbank oordeelt als volgt. Uit artikel 132, eerste lid, onder a, van de WVW volgt dat eiser verplicht is om zijn medewerking te verlenen wanneer aan hem een educatieve maatregel ter bevordering van de rijvaardigheid of geschiktheid wordt opgelegd. Wanneer deze medewerking ontbreekt, is verweerder er op grond van artikel 132, tweede lid, van de WVW toe gehouden om over te gaan tot ongeldigverklaring van het rijbewijs.
Uit artikel 132, tweede lid, van de WVW volgt eveneens dat onder het niet meewerken aan een educatieve maatregel zoals de EMG in ieder geval wordt verstaan het niet voldoen van de kosten voor de maatregel. Dit volgt eveneens uit artikel 9, sub a, van de Regeling.
Dit betekent dat verweerder op grond van de toepasselijke regelgeving niet anders kon dan het rijbewijs van eiser ongeldig te verklaren. Hetgeen eiser heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Vanwege het dwingendrechtelijke karakter van de toepasselijke wetgeving heeft verweerder geen rekening hoeven houden met de persoonlijke omstandigheden die eiser naar voren heeft gebracht. De overige beroepsgronden van eiser richten zich tegen het opleggen van de EMG. Zoals uit overweging 1 volgt, kan de rechtbank daar in deze zaak niet over oordelen.
Deze uitspraak is op 12 februari 2021 in het openbaar gedaan door
mr. F.P.J. Schoonen, rechter, in aanwezigheid van mr. D. van Dijk-Goedhart, griffier.
De griffier is buiten staat De rechter is verhinderd te tekenen
griffier rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.