ECLI:NL:RBROT:2021:365
public
2021-01-22T15:31:47
2021-01-22
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2021-01-15
19.1291 EA
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Rotterdam
Civiel recht; Insolventierecht
Faillissementswet 350
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:365
public
2021-01-22T15:31:36
2021-01-22
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBROT:2021:365 Rechtbank Rotterdam , 15-01-2021 / 19.1291 EA

Toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de informatieplicht. Saniet heeft onder meer verzuimd om aan de bewindvoerder te melden dat hij naar het buitenland is verhuisd.

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

tussentijdse beëindiging

insolventienummer: [Nummer]

uitspraakdatum: 15 januari 2021

Bij vonnis van deze rechtbank van 7 oktober 2019 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam]

[adres]

[woonplaats]

schuldenaar,

bewindvoerder: M. den Uil.

1De procedure

Uit het proces-verbaal van het verhoor met de rechter-commissaris d.d.16 oktober 2020 blijkt dat schuldenaar op die datum niet verschenen is. In het proces-verbaal staat dat, indien schuldenaar geen contact opneemt met de bewindvoerder, een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling zal worden ingediend.

De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 23 oktober 2020 met dit verzoek ingestemd.

De bewindvoerder is telefonisch gehoord ter terechtzitting van 4 december 2020 met toepassing van de Tijdelijk Afwijkende Regeling Insolventiezaken rechtbanken vanwege de bijzondere omstandigheden door de Coronacrisis (TARIC). Schuldenaar is niet ter zitting verschenen. Uit de gemeentelijke basisadministratie is daarna gebleken dat schuldenaar is verhuisd. De terechtzitting is daarom aangehouden tot 8 januari 2021 en schuldenaar is voor die zitting opgeroepen op beide adressen.

De bewindvoerder is telefonisch gehoord ter terechtzitting van 8 januari 2021 met toepassing van TARIC. Schuldenaar is, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen, weer niet ter zitting verschenen.

De uitspraak is bepaald op heden.

2De standpunten

De bewindvoerder heeft in haar voordracht tot tussentijdse beëindiging en in de laatste stand van zaken (verslag 3 d.d. 7 december 2020) aangevoerd dat er sprake is van een tekortkoming in de nakoming van de informatieplicht.

Daarnaast heeft schuldenaar na toepassing van de schuldsaneringsregeling diverse nieuwe schulden laten ontstaan, die een totaalbedrag van € 2.691,70 vertegenwoordigen. De schulden zijn ontstaan bij de volgende schuldeisers:

  • GGN inzake DSW € 285,70;

  • CJIB € 1.209,00 (ontstaan 8-11-2019;

  • CJIB € 609,00 (ontstaan 20-5-2020);

  • Belastingdienst inzake Y94 € 333,00;

  • Belastingdienst inzake ZT 2019 € 255,00.

Door het ontbreken van de gevraagde informatie kan voorts de hoogte van de boedelachterstand niet worden vastgesteld.

Ter zitting heeft de bewindvoerder verklaard dat schuldenaar op 4 november 2020 middels het online-cliëntenportal van het kantoor van de bewindvoerder een boedelafdracht van € 201,93 heeft verricht waardoor het boedelsaldo thans € 2.536,56 bedraagt.

De bewindvoerder heeft desgevraagd verklaard dat zij na indiening van het derde vervolgverslag d.d. 7 december 2020 geen contact meer heeft gehad met schuldenaar. Het telefoonnummer van schuldenaar is geblokkeerd en er is geen ander telefoonnummer beschikbaar gesteld.

De bewindvoerder ziet zich daarom genoodzaakt haar advies om de schuldsaneringsregeling tussentijds te beëindigen te handhaven.

3De beoordeling

De schuldsaneringsregeling biedt een schuldenaar in een problematische schuldensituatie de mogelijkheid om na drie jaar als doel een schone lei te verkrijgen. Dit betekent in de voorliggende regeling dat een groot deel van de schuld van € 159.766,14

niet langer opeisbaar is. Tegenover dit perspectief staat een aantal niet lichtvaardig op te vatten verplichtingen. Zo dient de schuldenaar gedurende de toepassing van de regeling onder meer de bewindvoerder gevraagd en ongevraagd te informeren, zijn inkomen boven het vrij te laten bedrag af te dragen aan de boedelrekening en zich aantoonbaar tot het uiterste in te spannen om een fulltime dienstbetrekking te verkrijgen. Hiernaast mogen tijdens de toepassing van de schuldsaneringsregeling geen bovenmatige nieuwe schulden ontstaan. Om de schuldsaneringsregeling doeltreffend te doorlopen, wordt van de schuldenaar een actieve houding verwacht bij het naleven van voornoemde verplichtingen. De rechtbank oordeelt dat schuldenaar toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van één of meer verplichtingen gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling en overweegt daartoe als volgt.

Schuldenaar heeft, zoals in verslag 3 is uiteengezet, de bewindvoerder niet geïnformeerd, er worden geen maandelijks inlichtingen aangeleverd. Schuldenaar heeft in de afgelopen maanden onvoldoende aan de boedel afgedragen. De precieze boedelachterstand kan niet worden vastgesteld door het ontbreken van de vereiste informatie. Verder heeft schuldenaar bovenmatige nieuwe schulden laten ontstaan voor een bedrag van minimaal € 2.691,70.

Uit raadpleging van de gemeentelijke basisadministratie na de zitting van 8 januari 2021 blijkt bovendien dat schuldenaar sinds 3 september 2020 niet langer geregistreerd staat als ingezetene van Nederland. Ervan uitgaande dat die informatie juist is, is dit gedrag eveneens een grond om de schuldsanering ten aanzien van schuldenaar tussentijds te beëindigen. Daarbij komt dat schuldenaar de bewindvoerder niet heeft geïnformeerd over deze verhuizing. Daarmee heeft schuldenaar de in de schuldsaneringsregeling geldende informatieverplichting geschonden en de bewindvoerder verhinderd haar controlerende taak uit te oefenen.

Schuldenaar is niet ter terechtzitting verschenen en heeft daarmee geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om feiten en omstandigheden aan te voeren die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden.

Dat bovengenoemde tekortkomingen schuldenaar niet te verwijten zijn, is onvoldoende aannemelijk geworden. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat schuldenaar, in elk geval na het huisbezoek van de bewindvoerder en de oproep voor het verhoor met de rechter-commissaris d.d. 23 september 2020 van de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling goed op de hoogte moet zijn geweest.

Bovengenoemde tekortkomingen vormen dan ook voldoende aanwijzing dat bij schuldenaar de van hem te vergen actieve houding, die leidt tot een doeltreffende uitvoering van de schuldsaneringsregeling, ontbreekt. De genoemde tekortkomingen, die niet als geringe tekortkoming buiten beschouwing kunnen blijven, zijn naar het oordeel van de rechtbank zodanig ernstig en verwijtbaar, dat toepassing van de schuldsaneringsregeling daarom zal worden beëindigd op grond van artikel 350, derde lid, onder c, d en e Faillissementswet (hierna: Fw).

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

De rechtbank stelt vast dat er geen baten beschikbaar zijn om daaruit vorderingen geheel of gedeeltelijk te voldoen. Er is daarom geen sprake van een faillissement van rechtswege zodra deze uitspraak in kracht van gewijsde gaat.

4De beslissing

De rechtbank:

- beëindigt de toepassing van de schuldsaneringsregeling;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal € 2.261,29;

Dit vonnis is gewezen door mr. B.A. Cnossen, rechter, en in aanwezigheid van mr. K. de Ridder, griffier, in het openbaar uitgesproken op 15 januari 2021.1

De griffier is buiten staat dit vonnis mede

te ondertekenen

1

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.