ECLI:NL:RBROT:2021:3695
public
2021-04-26T16:24:22
2021-04-26
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2021-04-02
C/10/542122/ SN EA 17.2064
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Rotterdam
Civiel recht; Insolventierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:3695
public
2021-04-26T15:10:31
2021-04-26
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBROT:2021:3695 Rechtbank Rotterdam , 02-04-2021 / C/10/542122/ SN EA 17.2064

Artt. 354 en 295 Fw.

De rechtbank heeft aan schuldenares een schone lei toegekend. De financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling kan pas plaatsvinden zodra beslist is in het kader van de kinderopvangtoeslag affaire en bij erkenning van schuldenares als gedupeerde aan de compensatieregeling uitvoering is gegeven.

Rechtbank Rotterdam

Team insolventie

verlening schone lei

insolventienummer: [nummer]

uitspraakdatum: 2 april 2021

Bij vonnis van deze rechtbank van 14 maart 2018 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van:

[naam] ,

[adres]

[postcode] [woonplaats] ,

schuldenares,

bewindvoerder: mr. W.P. Groenendijk.

1De procedure

De bewindvoerder heeft schriftelijk verslag uitgebracht.

De beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling is behandeld ter terechtzitting van 26 maart 2021. Daarbij zijn verschenen en gehoord de bewindvoerder en schuldenares, bijgestaan door haar advocaat, mr. J.M. van der Linden.

De uitspraak is bepaald op heden.

2De standpunten

Schuldenares heeft ter zitting verklaard dat zij mogelijk slachtoffer is van de toeslagenaffaire, dat zij zich als gedupeerde bij de Belastingdienst heeft aangemeld en dat zij inmiddels de netto uitkering van € 750,- aan gedupeerden van de toeslagenaffaire heeft ontvangen. Of schuldenares recht heeft op een (extra) compensatie/schadevergoeding wordt thans door de Belastingdienst onderzocht. Schuldenares heeft voorts verklaard dat zij zich ervan bewust is dat een eventueel te ontvangen (extra) compensatie/schadevergoeding in het kader van de toeslagenaffaire in de boedel valt en dat zij zich zal ten volle zal inzetten en zal meewerken om deze (extra) compensatie/schadevergoeding te ontvangen. Schuldenares heeft aangegeven dat (een deel van) haar schulden het gevolg (is) zijn van de terugvordering van de toeslagen. Ook gaf zij aan dat als zij wordt aangemerkt als gedupeerde een belangrijk deel van de schulden zal worden kwijtgescholden. De schuldeiser met de grootste vordering (ruim € 52.000,--) is de Belastingdienst.

Ten aanzien van de tekortkoming in de nakoming van de sollicitatieverplichting gedurende vier maanden heeft schuldenares ter zitting een toelichting gegeven.

Mr. J.M. van der Linden heeft de standpunten van schuldenares ondersteund.

De bewindvoerder heeft de rechtbank ter zitting geadviseerd schuldenares de schone lei te verlenen.

3De beoordeling

De rechtbank oordeelt dat schuldenares niet (toerekenbaar) in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten. Geen van de schuldeisers heeft redenen aangevoerd om tot een ander oordeel te komen.

Gelet op het voorgaande zal aan schuldenares de zogenoemde “schone lei” worden verleend. De rechtbank heeft in haar overwegingen betrokken dat schuldenares zich bewust toonde van het feit dat compensatie in het kader van de kinderopvangtoeslag affaire op grond van artikel 295 Fw volledig in de schuldsaneringsboedel valt en dat zij haar medewerking heeft toegezegd om de (extra) compensatie te ontvangen.

De rechtbank zal het salaris van de bewindvoerder en de door deze gemaakte kosten vaststellen.

Zoals tijdens de zitting met schuldenares is besproken kan de financiële afwikkeling van de schuldsaneringsregeling pas plaatsvinden zodra beslist is in het kader van de kinderopvangtoeslag affaire en bij erkenning van schuldenares als gedupeerde aan de compensatieregeling uitvoering is gegeven.

4De beslissing

De rechtbank:

- stelt vast dat schuldenares niet toerekenbaar in de nakoming van één of meer uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen is tekortgeschoten;

  • bepaalt dat de toepassing van de schuldsaneringsregeling eindigt op het moment dat de slotuitdelingslijst verbindend is geworden, doch dat de uit de schuldsaneringsregeling voortvloeiende verplichtingen van schuldenaar eindigen op 14 maart 2021;

  • verleent de zogenoemde “schone lei” waardoor de na de beëindiging van de toepassing van de schuldsaneringsregeling bestaande vorderingen ten aanzien waarvan de schuldsaneringsregeling werkt, voor zover deze onvoldaan zijn gebleven, niet langer afdwingbaar zijn;

- stelt het salaris van de bewindvoerder, één en ander inclusief onkosten en omzetbelasting, vast op het aanwezig actief tot een bedrag van maximaal€ 3.323,61.

Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Roos-van Toor, rechter, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 2 april 2021.1

1

Tegen deze uitspraak kan degene aan wie de Faillissementswet dat recht toekent, gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak, hoger beroep instellen. Het hoger beroep kan uitsluitend door een advocaat worden ingesteld bij een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof dat van deze zaak kennis moet nemen.