machtiging gesloten jeugdhulp.
beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Team Jeugd
zaakgegevens: C/10/616100 / JE RK 21-822
datum uitspraak: 20 april 2021
beschikking machtiging gesloten jeugdhulp
in de zaak van
de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,
hierna te noemen de GI, gevestigd te Rotterdam,
betreffende
[naam kind],
geboren op [geboortedatum kind] 2008 te [geboorteplaats kind], hierna te noemen [naam kind].
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:
[naam moeder],
hierna te noemen de moeder, wonende te [woonplaats moeder].
Het procesverloop
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 1 april 2021, ingekomen bij de griffie op dezelfde datum;
- de verklaring d.d. 1 april 2021 dat een voorziening nodig is op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder;
- de instemmende verklaring d.d. 13 april 2021 van de gekwalificeerde gedragswetenschapper.
Op 20 april 2021 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- mr. S. Bosmans, de advocaat van [naam kind]
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat mr. G.E. van der Pols,
- een vertegenwoordigster van de GI, [naam].
De feitenHet ouderlijk gezag over [naam kind] wordt uitgeoefend door de moeder.
[naam kind] verblijft bij het Bergse Bos.
Bij beschikking van 27 oktober 2020 is de ondertoezichtstelling van [naam kind] verlengd tot 9 november 2021. De kinderrechter heeft bij deze beschikking ook machtiging gesloten jeugdhulp verleend tot 2 mei 2021.
Het verzoek
De GI heeft een machtiging verzocht om [naam kind] in een gesloten accommodatie te doen opnemen en te doen verblijven voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 9 november 2021.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [naam kind] laat op de groep veel wisselingen in zijn gedrag zien. [naam kind] kan explosief reageren en is niet altijd goed in het contact met volwassenen. Op het Bergse Bos zijn geen heftige incidenten meer geweest. Er is op bestuurlijk niveau een trajectplan voor [naam kind] gemaakt, waarbij de GI betrokken is geweest. Het is de bedoeling dat [naam kind] na de zomervakantie op een middelbare school gaat starten. Het is belangrijk dat [naam kind] op een veilige plek kan starten op een nieuwe school. Rond de herfstvakantie hoopt de GI [naam kind] over te kunnen plaatsen naar een open groep binnen het Bergse Bos. [naam kind] zal een buddy krijgen als vertrouwenspersoon die hem op school, maar ook daarbuiten, kan helpen bij veranderingen. Voor de toekomst wordt gestreefd om [naam kind] binnen een kleinschalige opvoedsituatie te kunne plaatsen. Omdat het trajectplan erop is gericht om voor [naam kind] de stabiliteit van zijn huidige groep te behouden, wordt een machtiging gesloten jeugdhulp verzocht.
De standpunten
De moeder is het eens met het verzoek. De moeder is blij met het traject binnen het Bergse Bos. Het zou mooi zijn als [naam kind] stappen kan gaan maken. [naam kind] komt in het weekend op verlof bij de moeder. De moeder is daar blij mee. De moeder heeft wel de nodige opmerkingen rondom de persoonlijke verzorging van [naam kind] op de groep. Daarnaast loopt de communicatie met de groep van [naam kind] niet goed.
De advocaat van [naam kind] heeft ter zitting aangegeven dat [naam kind] het eens is met het verzoek.
De beoordeling
Gelet op het bepaalde in artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet kan een machtiging gesloten jeugdhulp slechts worden verleend indien naar het oordeel van de kinderrechter deze jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van de jeugdige naar volwassenheid ernstig belemmeren. Bovendien dient de opneming en verblijf noodzakelijk te zijn om te voorkomen dat de jeugdige zich aan deze jeugdhulp onttrekt of daaraan door anderen wordt onttrokken. De kinderrechter is van oordeel dat hiervan sprake is.
Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [naam kind] een belast verleden heeft. Er is bij [naam kind] sprake van forse gedragsproblematiek en gebrek aan probleeminzicht. [naam kind] vertoont daarbij zelfbepalend en agressief gedrag. [naam kind] is daarom al geruime tijd uit huis geplaatst, waarbij er sprake is geweest van meerdere overplaatsingen. Inmiddels is besloten dat het perspectief van [naam kind] niet meer thuis ligt, gezien zijn zeer specifieke opvoedbehoeften. Er is door de GI, in samenwerking met meerdere instanties, een trajectplan opgesteld, die erop is gericht om voor [naam kind] zoveel mogelijk stabiliteit te behouden. Uit onder andere het onderzoek van Youz is gebleken dat veranderingen voor [naam kind] erg ingewikkeld zijn en dat hij veel tijd nodig heeft om te wennen aan veranderingen. Het is mooi dat alle betrokken instellingen samen er in zijn geslaagd om voor [naam kind] een goed doordacht plan op maat te maken dat voor de komende jaren duidelijk biedt. Om dit trajectplan te kunnen laten slagen, is het noodzakelijk dat [naam kind] in ieder geval tot aan de herfstvakantie op de huidige besloten groep van het Bergse Bos kan blijven wonen. Hiervoor is een gesloten machtiging nodig. De kinderrechter zal de machtiging gesloten jeugdhulp daarom verlenen voor de duur van de ondertoezichtstelling, te weten tot 9 november 2021.
De beslissing
De kinderrechter:
verleent een machtiging gesloten jeugdhulp met ingang van 2 mei 2021 tot 9 november 2021 betreffende de minderjarige [naam kind].
|
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
||
|
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
|
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
|
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
||
|
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |
Deze beschikking is gegeven door mr. W.J. Loorbach, kinderrechter, in tegenwoordigheid van I.E. Teunissen als griffier en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2021. De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 7 mei 2020. Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: - door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak, - door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshofDen Haag. |