ECLI:NL:RBROT:2021:546
public
2021-01-28T13:30:22
2021-01-28
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2021-01-28
10/960295-18
Eerste aanleg - meervoudig
NL
Rotterdam
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:546
public
2021-01-28T12:27:42
2021-01-28
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBROT:2021:546 Rechtbank Rotterdam , 28-01-2021 / 10/960295-18

Verdachte heeft zich samen met de medeverdachte, haar vriend, schuldig gemaakt aan poging tot ambtsdwang door een foto van twee undercoveragenten met begeleidende teksten op Twitter te (her)plaatsen. Ook hebben de verdachten een hoeveelheid amfetamine voorhanden gehad. Daarnaast heeft de verdachte een hoeveelheid hasj voorhanden gehad.

Voorwaardelijk opzet en medeplegen. Onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden.

Rechtbank Rotterdam

Team straf 1

Parketnummer: 10/960295-18

Datum uitspraak: 28 januari 2021

Tegenspraak

Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte:

[naam verdachte] ,

geboren te [geboorteplaats verdachte] op [geboortedatum verdachte] ,

ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres:

[adres verdachte] ,

raadsman mr. A.D. Kloosterman, advocaat te Amsterdam.

1. Onderzoek op de terechtzitting

Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 14 januari 2021.

2. Tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht.

3. Eis officier van justitie

De officier van justitie mr. B. den Hartigh heeft gevorderd:

  • bewezenverklaring van het onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde;

  • veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van tien maanden.

4. Waardering van het bewijs

Bewijswaardering van het onder 1 meer subsidiair ten laste gelegde

Standpunt verdediging

De verdachte dient integraal te worden vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde. Het enkel doorsturen van de foto op 5 mei 2017 is onvoldoende om van medeplegen te kunnen spreken.

Beoordeling

In het onderzoek Doussie - een onderzoek naar de handel in verdovende middelen - zijn de verdachte en de medeverdachte (haar vriend) gedurende een lange tijd in contact geweest met undercoveragenten. Bij beschikking van 3 oktober 2016 is door de rechtbank aan deze undercoveragenten de status van bedreigde getuige toegekend, onder meer omdat de medeverdachte in de periode daarvoor al te kennen ad gegeven een foto van één van de undercoveragenten in bezit te hebben en had gezegd deze openbaar te willen maken teneinde diens ware identiteit te achterhalen.

Bijna een jaar na de beschikking van de rechtbank is op 22 juni 2017 door het Twitteraccount [accountnaam] een Twitterbericht met een foto van de twee hiervoor bedoelde undercoveragenten op Twitter geplaatst met de tekst: “even voorstellen, [naam 1] en [naam 2] , de undercoveragenten in mijn zaak binnenkort veel meer foto's want ik ben het zat”. Op 23 juni 2017 is door hetzelfde account dit Twitterbericht geretweet met de tekst: "meer dan 1100 mensen hebben naar deze foto gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in heel NL". De medeverdachte is degene geweest die met dit Twitteraccount de berichten heeft geplaatst, zoals onder andere blijkt uit de geïnstalleerde Twitterapplicatie op de telefoon van de medeverdachte waarop met het account [accountnaam] was ingelogd.

De rechtbank is gelet op deze feiten en omstandigheden van oordeel dat de medeverdachte met het (her)plaatsen van de foto van de undercoveragenten met de begeleidende teksten op 22 en 23 juni 2017 willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de identiteit van de undercoveragenten zou kunnen worden achterhaald dan wel onthuld en dat zij hierdoor gedwongen zouden worden hun (undercover)werkzaamheden na te laten. Dat agenten van wie de identiteit publiek gemaakt is geen undercoverwerkzaamheden meer kunnen verrichten, acht de rechtbank dermate evident dat de verdachte dit heeft geweten. Het tenlastegelegde is in zoverre wettig en overtuigend bewezen.

De vraag die vervolgens voorligt is of tussen de verdachte en de medeverdachte sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking dat deze als medeplegen moet worden aangemerkt. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Op 5 mei 2017 wordt de betreffende foto door de telefoon van de medeverdachte ontvangen van de telefoon van de verdachte. Op 23 mei 2017 heeft de medeverdachte via Twitter de foto naar een journalist gestuurd met de tekst “Dit zijn undercoveragenten ik laat [naam 6] foto sturen”. De rechtbank stelt vast dat met ‘ [naam 6] ’ de verdachte wordt bedoeld. De desbetreffende foto is ook aangetroffen op de telefoon van de verdachte. De verdachte heeft aldus de beschikking gehad over de foto en deze ook verstuurd naar de medeverdachte.

Op 23 juni 2017, de dag waarop de foto is geretweet, heeft er een WhatsAppgesprek tussen de verdachte en een persoon ‘ [naam 3] ’ plaatsgevonden. Deze [naam 3] heeft de verdachte gewaarschuwd om de herkenbare foto’s niet ‘zo maar’ op Twitter te zetten. Hierop heeft de verdachte geantwoord: ‘we know’. Ook de medeverdachte heeft met dezelfde persoon over de foto contact gehad.

Op 24 juni 2017 heeft de verdachte tijdens de doorzoeking op het huisadres van de verdachten verklaard: “Oooh het gaat om [naam 4] en [naam 5] , die gasten die hier bij ons in huis geweest zijn. Nu snap ik het. Nu snap ik wat jullie zoeken. Nou succes. Hier ga je niets vinden. Er komt nog veel meer aan. Bovendien ligt alles in de kluis bij de advocaat, papieren en foto’s. En er komt nog meer aan we gooien ook de contactgegevens van collega’s erop.” Hieruit leidt de rechtbank af dat de verdachte op de hoogte is geweest van het (her)plaatsen van de foto met bijbehorende tekst(en) en dat sprake is geweest van een gezamenlijk plan. Dat, zoals door de verdediging is betoogd, dit geen spontane verklaring van de verdachte is geweest en zij dit op aangeven van de verbalisanten heeft verklaard, is niet gebleken.

Op grond van het voorgaande, in het bijzonder het door de verdachte aan de medeverdachte doorsturen van de foto van de undercoveragenten voordat deze foto door laatstgenoemde op Twitter werd geplaatst, het door de verdachte communiceren met een derde over het plaatsen van dergelijke foto’s op Twitter en haar spontane uitlatingen tijdens de doorzoeking waarin zij onder meer spreekt over “we gooien ook de contactgegevens van collega’s erop”, is de rechtbank van oordeel dat de voor medeplegen vereiste voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en de medeverdachte is komen vast te staan. De bijdrage van de verdachte aan het tenlastegelegde is naar het oordeel van de rechtbank van zodanig gewicht dat deze kan worden aangemerkt als medeplegen. Daarmee acht de rechtbank het tenlastegelegde medeplegen bewezen.

Conclusie

Het verweer wordt verworpen.

Bewezenverklaring

In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan op die wijze dat:

1.

zij in de periode van 22 juni 2017 tot en met 23 juni 2017 te

Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander

ter uitvoering van het door verdachte en haar mededader voorgenomen

misdrijf om

door enige andere feitelijkheid en bedreiging met enige

andere feitelijkheid, ambtenaren, werkzaam bij de afdeling

afgeschermde operaties van de Landelijke Eenheid, te dwingen tot het nalaten

van een rechtmatige ambtsverrichting, te weten het verrichten van

(undercover)werkzaamheden bij de afdeling afgeschermde operaties,

een foto van voornoemde ambtenaren op Twitter heeft geplaatst

met daarbij de tekst: "even voorstellen, [naam 1] en [naam 2] , de

undercoveragenten in mijn zaak binnenkort veel meer foto's want ik ben het

zat" en een bericht geplaatst: "meer dan 1100 mensen hebben naar deze foto

gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in heel NL",

met als kennelijk doel de identiteit van deze ambtenaren

te achterhalen en/of te onthullen, ten gevolge waarvan zij hun

werkzaamheden niet langer kunnen verrichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

zij op 24 juni 2017 te Rotterdam,

tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 47,19 gram van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;

3.

zij op 24 juni 2017 te Rotterdam,

opzettelijk aanwezig heeft

gehad ongeveer 680 gram

hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.

Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet (ook) daarvan worden vrijgesproken.

5. Strafbaarheid feiten

De bewezen feiten leveren op:

  1. medeplegen van poging tot door geweld of enige andere feitelijkheid of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid een ambtenaar dwingen tot het volvoeren van een ambtsverrichting of het nalaten van een rechtmatige ambtsverrichting, meermalen gepleegd;

  2. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod;

  3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

De feiten zijn dus strafbaar.

6. Strafbaarheid verdachte

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit.

De verdachte is dus strafbaar.

7. Motivering straf

De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich samen met de medeverdachte, haar vriend, schuldig gemaakt aan poging tot ambtsdwang door een foto van twee undercoveragenten op Twitter te plaatsen met daarbij onder andere de tekst “meer dan 1100 mensen hebben naar deze foto gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in heel NL”. Het werken onder dekmantel brengt risico's met zich, zoals risico’s voor de fysieke veiligheid van undercoveragenten. Ondanks deze risico’s zetten undercoveragenten zich in voor het maatschappelijk belang. Als de identiteit van een undercoveragent wordt onthuld, kan dit als gevolg hebben dat deze zijn of haar werk niet meer kan uitoefenen. Bovendien kan dit tot potentieel (levens)gevaarlijke situaties leiden. Hieraan zijn de verdachten voorbijgegaan en uit boosheid – mogelijk omdat zij zich door de undercoveragenten verraden voelden – hebben zij de foto op Twitter geplaatst. De rechtbank acht het handelen van de verdachten buitengewoon kwalijk.

Ook hebben de verdachten een hoeveelheid amfetamine voorhanden gehad. Daarnaast heeft de verdachte een hoeveelheid hasj voorhanden gehad.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 30 oktober 2020, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten.

Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Hierbij merkt de rechtbank op dat de redelijke termijn in deze zaak niet is geschonden, nu deze is ingegaan op de datum van uitreiking van de dagvaarding op 12 november 2019.

Alles afwegend acht de rechtbank de hierna te noemen straf passend en geboden.

8. Toepasselijke wettelijke voorschriften

Gelet is op de artikelen 45, 47, 57, 63 en 179 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet.

9. Bijlagen

De in dit vonnis genoemde bijlagen maken deel uit van dit vonnis.

10. Beslissing

De rechtbank:

verklaart niet bewezen, dat de verdachte het onder 1 primair en subsidiair ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart bewezen, dat de verdachte de onder 1 meer subsidiair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte (ook) daarvan vrij;

stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten;

verklaart de verdachte strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden.

Dit vonnis is gewezen door:

mr. E. Rabbie, voorzitter,

en mrs. R.H. Kroon en M. Timmerman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.A.M. Elst, griffier,

en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank 28 januari 2021.

De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage I

Tekst tenlastelegging

Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat

1.

zij in of omstreeks de periode van 22 juni 2017 tot en met 23 juni 2017 te

Rotterdam en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, door

geweld of enige andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid

(een) ambten(a)ar(en), werkzaam bij de afdeling afgeschermde operaties van de

Landelijke Eenheid, heeft gedwongen tot het nalaten van een rechtmatige

ambtsverrichting, te weten het verrichten van (undercover)werkzaamheden bij

de afdeling afgeschermde operaties, immers heeft/hebben verdachte en/of haar

mededader(s) toen en daar (telkens) een foto van voornoemde ambtena(a)r(en)

op Twitter geplaatst met daarbij de tekst: "even voorstellen, [naam 1] en

[naam 2] , de undercoveragenten in mijn zaak binnenkort veel meer foto's want ik

ben het zat" en/of het bericht geplaatst: "meer dan 1100 mensen hebben naar

deze foto gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in

heel NL",

althans woorden en/of zinnen van een dergelijke (dreigende) aard of strekking,

met als kennelijk doel (een deel van) de identiteit van deze ambtena(a)r(en)

te achterhalen en/of onthullen, ten gevolge waarvan zij/hij zijn/haar/hun

werkzaamheden niet langer kan/kunnen verrichten;

Subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou

kunnen leiden:

[naam medeverdachte] , in of omstreeks de periode van 22 juni 2017 tot en met 23

juni 2017 te Rotterdam en/of elders in Nederland,

(een) ambten(a)ar(en), werkzaam bij de afdeling afgeschermde operaties van de

Landelijke Eenheid, heeft gedwongen tot het nalaten van een rechtmatige

ambtsverrichting, te weten het verrichten van (undercover)werkzaamheden bij

de afdeling afgeschermde operaties, immers heeft die [naam medeverdachte] toen en

daar (telkens) een foto van voornoemde ambtena(a)r(en) op Twitter geplaatst

met daarbij de tekst: "even voorstellen, [naam 1] en [naam 2] , de

undercoveragenten in mijn zaak binnenkort veel meer foto's want ik ben het

zat" en/of een bericht geplaatst: "meer dan 1100 mensen hebben naar deze foto

gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in heel NL",

althans woorden en/of zinnen v [naam 6] een dergelijke (dreigende) aard of strekking,

met als kennelijk doel (een deel van) de identiteit van deze ambtenaren te

achterhalen en/of onthullen, ten gevolge waarvan hij/zij zijn/haar/hun

werkzaamheden niet langer kan/kunnen verrichten,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen en daar opzettelijk

gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door in of omstreeks

de periode 5 mei 2017 tot en met 23 juni 2017 te Rotterdam, althans in

Nederland, aan voornoemde [naam medeverdachte] een of meer foto('s) van de

ambtena(a)r(en), werkzaam bij de afdeling afgeschermde operaties van de

Landelijke Eenheid, via de telefoon/ laptop toe te sturen, althans ter

beschikking te stellen.

meer subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

zij in of omstreeks de periode van 22 juni 2017 tot en met 23 juni 2017 te

Rotterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

ter uitvoering van het door verdachte en/of haar mededader(s) voorgenomen

misdrijf om

door geweld of enig andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid, (een) ambtena(a)r(en), werkzaam bij de afdeling

afgeschermde operaties van de Landelijke Eenheid, te dwingen tot het nalaten

van een rechtmatige ambtsverrichting, te weten het verrichten van

(undercover)werkzaamheden bij de afdeling afgeschermde operaties,

(telkens) een foto van voornoemde ambtena(a)r(en) op Twitter heeft geplaatst

met daarbij de tekst:" even voorstellen, [naam 1] en [naam 2] , de

undercoveragenten in mijn zaak binnenkort veel meer foto's want ik ben het

zat" en/of een bericht geplaatst: "meer dan 1100 mensen hebben naar deze foto

gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in heel NL",

althans woorden en/of zinnen van een dergelijke (dreigende) aard of strekking,

met als kennelijk doel (een deel van) de identiteit van deze ambtena(a)r(en)

te achterhalen en/of onthullen, ten gevolge waarvan hij/zij zijn/haar/hun

werkzaamheden niet langer kan/kunnen verrichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

meest subsidiair, voorzover het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of

zou kunnen leiden:

[naam medeverdachte] , in of omstreeks de periode van 22 juni 2017 tot en met 23 juni

2017 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om

door geweld of enig andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of enige

andere feitelijkheid, (een) ambtena(a)r(en), werkzaam bij de afdeling

afgeschermde operaties van de Landelijke Eenheid, te dwingen tot het nalaten

van een rechtmatige ambtsverrichting, te weten het verrichten van

(undercover)werkzaamheden bij de afdeling afgeschermde operaties,

(telkens) een foto van voornoemde ambtena(a)r(en) op Twitter heeft geplaatst

met daarbij de tekst:" even voorstellen, [naam 1] en [naam 2] , de

undercoveragenten in mijn zaak binnenkort veel meer foto's want ik ben het

zat" en/of een bericht geplaatst: "meer dan 1100 mensen hebben naar deze foto

gekeken, straks met andere foto's worden de undercovers bekend in heel NL",

althans woorden en/of zinnen van een dergelijke (dreigende) aard of strekking,

met als kennelijk doel (een deel van) de identiteit van deze ambtena(a)r(en)

te achterhalen en/of onthullen, ten gevolge waarvan hij/zij zijn/haar/hun

werkzaamheden niet langer kan/kunnen verrichten,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,

tot het plegen van welk misdrijf verdachte toen daar opzettelijk gelegenheid,

middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door in of omstreeks de periode 5

mei 2017 tot en met 23 juni 2017 te Rotterdam, althans in Nederland, aan

voornoemde [naam medeverdachte] een of meer foto('s) van de ambtena(a)r(en), werkzaam

bij de afdeling afgeschermde operaties van de Landelijke Eenheid, via de

telefoon/ laptop toe te sturen, althans ter beschikking te stellen.

2.

zij op of omstreeks 24 juni 2017 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 47,19 gram, in elk geval een

hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,

zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst

I, dan welaangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;

3.

zij op of omstreeks 24 juni 2017 te Rotterdam, in elk geval in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk aanwezig heeft

gehad ongeveer 680 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram

hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II,

dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.