ECLI:NL:RBROT:2021:763
public
2021-02-04T09:02:52
2021-02-04
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Rotterdam
2021-01-28
8853628 \ CV EXPL 20-5413
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Dordrecht
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2021:763
public
2021-02-04T08:59:10
2021-02-04
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBROT:2021:763 Rechtbank Rotterdam , 28-01-2021 / 8853628 \ CV EXPL 20-5413

cessie; lastgeving; overdracht vordering niet komen vast te staan

RECHTBANK ROTTERDAM

Zaaknummer: 8853628 \ CV EXPL 20-5413

uitspraak: 28 januari 2021

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

INFOMEDICS B.V., als rechtsopvolger van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS FACTORING B.V., mede handelend onder de namen [handelsnaam 1] , [handelsnaam 2] , [handelsnaam 3] en [handelsnaam 4] , gevestigd te Almere,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

gemachtigde: mr. A.H. Visscher,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

procederend in persoon.

Partijen worden hierna aangeduid als “Infomedics” en “ [gedaagde] ”.

1. Het verloop van de procedure

Het verloop van de procedure volgt uit het volgende:

  • het exploot van dagvaarding van 26 oktober 2020, met producties;

  • de conclusie van antwoord, met producties;

  • het tussenvonnis van 12 november 2020 waarin een mondelinge behandeling is bepaald;

  • de aantekening dat op 18 december 2020 de mondelinge behandeling is gehouden.

De uitspraak van het vonnis is nader bepaald op heden.

2. De vaststaande feiten

Uitgegaan wordt van de volgende feiten:

  1. [gedaagde] is enige tijd voor tandheelkundige zorg onder behandeling geweest bij tandarts [naam 1] van [praktijk] (hierna: [naam 1] ).

  2. Bij e-mailbericht van 31 december 2018 heeft [naam 1] aan [gedaagde] geschreven dat de totale kosten van een boven klikgebit als indicatie rond de € 6.500,- zouden bedragen. [gedaagde] is, na overleg zijn ziektekostenverzekeraar, de behandeling gestart. Een eerste officiële tussenbegroting van [naam 1] kwam uit op een bedrag van € 3.010,94.

  3. Op 3 juli 2019 is door [naam 1] bij [gedaagde] een tandheelkundig onderzoek verricht in het kader van het opstellen van een behandelplan voor de vervolgbehandeling. In een tweede begroting d.d. 5 juli 2019 werd een bedrag genoemd van € 7.901,85. [naam 1] is nadien aangevangen met het tweede deel van de behandeling.

4. Naar aanleiding van de nota voor het door [gedaagde] te betalen deel ten bedrage van € 3.272,56 heeft [gedaagde] geprotesteerd en gewezen op onjuistheden. [naam 1] heeft hierop de nota aangepast. De aangepaste nota voor [gedaagde] met nummer 22107898540071 d.d. 04 oktober 2019 bedraagt € 2.241,78 (zijnde € 2.591,95 verminderd met het door de verzekering betaalde bedrag ad € 350,17). Ook tegen deze nota heeft [gedaagde] bezwaar gemaakt.

3. De vordering, de grondslag en het verweerin conventie

3.1

Infomedics heeft gevorderd om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen tot betaling aan haar van in totaal € 2.613,72 – zijnde € 2.241,78 aan hoofdsom, € 35,67 aan tot 31 juli 2020 verschenen rente en € 336,27 aan buitengerechtelijke kosten – te vermeerderen met de wettelijke rente over de hoofdsom vanaf 31 juli 2020 tot aan de dag van algehele voldoening, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de vijftiende dag na de datum van betekening van dit vonnis.

3.2

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft Infomedics aan haar eis het volgende ten grondslag gelegd. [gedaagde] is uit hoofde van de tussen partijen gesloten behandelingsovereenkomst gehouden tot betaling van de kosten van de door [naam 1] uitgevoerde werkzaamheden. De vordering is door [naam 1] door middel van een drie-partijenovereenkomst overgedragen aan [bedrijf 1] waarbij Infomedics de last heeft gekregen om de vordering op eigen naam te incasseren, zodat [gedaagde] het openstaande bedrag aan Infomedics verschuldigd is.

3.3

[gedaagde] heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Op hetgeen hij in dit kader heeft aangevoerd, zal – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan. in reconventie

3.4

[eiser] heeft gevorderd om bij vonnis:

  1. [naam 1] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van minimaal € 3.637,36, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 januari 2020;

  2. [naam 1] te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van € 10.000,- aan schadevergoeding;

  3. [bedrijf 2] (hierna: [bedrijf 2] ) en [naam 2] (hierna: [naam 2] ) te veroordelen tot betaling aan hem van een bedrag van minimaal € 300,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 13 juli 2020.

3.5

Tegen de achtergrond van de vaststaande feiten heeft [eiser] aan zijn eisen in reconventie – voor zover van belang – het volgende ten grondslag gelegd. [naam 1] is tekortgeschoten in de nakoming van de behandelingsovereenkomst door niet alle werkzaamheden te verrichten voor het overeengekomen bedrag, terwijl de wel verrichte werkzaamheden ondeugdelijk waren uitgevoerd of achteraf bezien onnodig bleken te zijn. Als gevolg hiervan heeft [eiser] kosten moeten maken om de niet verrichte werkzaamheden door een andere tandarts te laten verrichten. Voorts is [naam 1] gehouden tot vergoeding van door [eiser] geleden schade in verband met smaad en is er sprake van kosten als gevolg van het niet reageren op de bezwaren van [eiser] . [bedrijf 2] heeft zich niet gehouden aan de beroepsregels voor gerechtsdeurwaarders noch aan de voor incassobureaus geldende regels en [naam 2] heeft zich niet gedragen zoals een goed gerechtsdeurwaarder betaamt. Nu beiden daarmee onrechtmatig jegens [eiser] hebben gehandeld, zijn zij gehouden tot vergoeding van de als gevolg hiervan door [eiser] geleden schade.

3.6

Infomedics heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering. Op hetgeen zij in dit kader heeft aangevoerd, zal – voor zover van belang – bij de beoordeling van het geschil worden ingegaan.

4. De beoordeling van het geschil

in conventie

4.1

[gedaagde] heeft allereerst aangevoerd dat de dagvaarding nietig dient te worden verklaard. Zoals ter zitting reeds besproken kan hetgeen [gedaagde] in dit kader heeft aangevoerd niet tot nietigheid van de dagvaarding leiden. Voor zover de dagvaarding onjuistheden zou bevatten zijn dat precies de punten die in het kader van de onderhavige procedure moeten worden besproken. Deze bespreking heeft plaatsgevonden ter gelegenheid van de mondelinge behandeling.

4.2

[gedaagde] heeft aangevoerd dat Infomedics niet kan worden aangemerkt als procespartij. Infomedics is echter in de onderhavige procedure wel als procespartij aan te merken om de enkele reden dat Infomedics degene is die [gedaagde] heeft gedagvaard.

4.3

Infomedics vordert betaling van een bedrag van € 2.241,78 aan hoofdsom. Zij stelt in dit verband dat zij aanvankelijk opdracht (last) heeft gekregen van [naam 1] om de betreffende vordering op eigen naam te incasseren. Op een later moment heeft [naam 1] de vordering gecedeerd aan [bedrijf 1] , waarbij de last dezelfde is gebleven. Dit alles zou zijn vastgelegd in een drie-partijenovereenkomst tussen [naam 1] , [bedrijf 1] en Infomedics. Het komt er dus op neer dat Infomedics stelt dat zij thans de last heeft om op eigen naam de vordering te incasseren en dat het vorderingsrecht inmiddels door [naam 1] aan [bedrijf 1] is overgedragen.

4.4

[gedaagde] heeft betwist dat de bewuste vordering rechtsgeldig aan Infomedics en/of [bedrijf 1] is overgedragen. In artikel 3:94 lid 4 BW is bepaald dat de personen tegen wie het recht moet worden uitgeoefend, kunnen verlangen dat hun een door de vervreemder gewaarmerkt uittreksel van de akte en haar titel ter hand wordt gesteld. [gedaagde] heeft er, zowel in zijn omvangrijke e-mailcorrespondentie als ook in zijn verweerschrift, bij herhaling op gewezen dat jegens hem niet is voldaan aan het bepaalde in artikel 3:94 lid 4 BW en bij herhaling om de akte van cessie verzocht. Infomedics heeft dit blijkens randnummers 1 en 19 van de dagvaarding ook onderkend. Nu Infomedics desondanks de onderliggende akte van cessie niet heeft overgelegd, ter zitting heeft verklaard dit aanvankelijk niet te hebben willen doen en thans de cessieakte op korte termijn niet over te kunnen leggen, kan niet als vaststaand worden aangenomen dat de vordering door [naam 1] is overgedragen. Nu het standpunt van Infomedics erop neerkomt dat zij de vordering heeft ingesteld op basis van een last van [bedrijf 1] (aan wie [naam 1] zijn vordering zou hebben overgedragen) en de juistheid van dit standpunt niet is komen vast te staan, dient de vordering te worden afgewezen. Hetzelfde geldt voor de vordering ter zake de rente en de buitengerechtelijke incassokosten.

4.5

Ten overvloede wordt nog overwogen dat Infomedics de onderhavige vordering niet incasseert en/of heeft ingesteld namens [naam 1] . [naam 1] is immers in de onderhavige procedure niet de eisende partij.

4.6

Infomedics zal, als de in conventie in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in conventie. Nu [gedaagde] zijn procesvoering in eigen hand heeft gehouden, worden deze kosten aan de zijde van [gedaagde] bepaald op nihil.

in reconventie:

4.7

Zoals ter zitting reeds besproken kunnen de vorderingen die [eiser] in reconventie heeft ingesteld geen van alle worden toegewezen, omdat dit vorderingen betreffen tegen [naam 1] , [bedrijf 2] en [naam 2] . Die zijn echter geen procespartij in de onderhavige procedure.

4.8

[gedaagde] zal, als de in reconventie in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van de procedure in reconventie. Gelet op de samenhang met de procedure in conventie worden deze kosten aan de zijde van Infomedics begroot op nihil.

5. De beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt Infomedics in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil;

in reconventie:

wijst de vordering af;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Infomedics vastgesteld op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Joele en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

590