ECLI:NL:RBZWB:2021:463
public
2021-02-18T11:55:23
2021-02-05
Raad voor de Rechtspraak
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
2021-02-04
AWB- 20_8345 VV
Voorlopige voorziening
NL
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBZWB:2021:463
public
2021-02-18T11:55:10
2021-02-18
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RBZWB:2021:463 Rechtbank Zeeland-West-Brabant , 04-02-2021 / AWB- 20_8345 VV

Niet-ontvankelijk

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 20/8345 PW VV

uitspraak van 4 februari 2021 van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Terneuzen, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Dit verzoek is op 7 september 2020 ontvangen.

Op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is een zitting achterwege gebleven.

Overwegingen

1. In artikel 8:82 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de verplichting opgenomen tot betaling van griffierecht. Verzoeker is schriftelijk gewezen op deze verplichting. Verzoeker heeft een beroep gedaan op betalingsonmacht. Ondanks een verzoek van de griffier heeft verzoeker geen onderbouwing gegeven van zijn verzoek. Met de brief van 11 januari 2021 is het beroep op betalingsonmacht afgewezen.

Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om alsnog het griffierecht te betalen. Daarbij is aan verzoeker meegedeeld dat het griffierecht uiterlijk op 26 januari 2021 moet zijn bijgeschreven op de rekening. Verzoeker is er ook op gewezen dat bij niet tijdige betaling het beroepschrift niet-ontvankelijk kan worden verklaard.

2. De voorzieningenrechter constateert dat het griffierecht niet binnen de gestelde termijn is ontvangen. Verzoeker heeft op 31 januari 2021 gevraagd om uitstel van betaling. Omdat dit verzoek na afloop van de gestelde termijn is gedaan, zal dit verzoek niet worden gehonoreerd. Het verzoek om voorlopige voorziening zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard. Dit betekent dat het verzoek niet inhoudelijk in behandeling zal worden genomen.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.E.M. Marsé, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. van Hees, griffier op 4 februari 2021 en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl

De griffier is niet in de gelegenheid deze uitspraak te ondertekenen.

voorzieningenrechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.