ECLI:NL:RVS:2021:302
public
2021-02-17T10:32:49
2021-02-15
Raad voor de Rechtspraak
Raad van State
2021-02-12
202100992/1/A2
Mondelinge uitspraak
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:302
public
2021-02-15T15:06:30
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RVS:2021:302 Raad van State , 12-02-2021 / 202100992/1/A2

Het beroep van [appellant] richt zich tegen het besluit van 5 februari 2021 heeft het centraal stembureau waarbij, voor zover thans van belang, de kandidatenlijst van de politieke groepering ChristenUnie geldig is verklaard en de daarop vermelde kandidaat G.M. Segers is gehandhaafd.

202100992/1/A2.

Datum uitspraak: 12 februari 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:

[appellant], wonend te Haarlem,

appellant,

en

de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het centraal stembureau),

verweerder.

Openbare zitting gehouden op 12 februari 2021 om 11.00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. A.W.M. Bijloos, voorzitter

mr. M.A. Nieuwenhuizen, griffier

Verschenen:

[appellant], in persoon;

het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. M. Diamant en mr. R.N.A. Al.

Het beroep richt zich tegen het besluit van 5 februari 2021 heeft het centraal stembureau waarbij, voor zover thans van belang, de kandidatenlijst van de politieke groepering ChristenUnie geldig is verklaard en de daarop vermelde kandidaat G.M. Segers is gehandhaafd.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het centraal stembureau heeft nadere stukken ingediend en een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Partijen hebben op de zitting een mondelinge toelichting gegeven en vragen beantwoord. [appellant] heeft daarbij schriftelijke aantekeningen overgelegd.

Na beraad in raadkamer is de zitting hervat en heeft de voorzitter de beslissing uitgesproken.

Beslissing

De Afdeling verklaart het beroep ongegrond. Daartoe overweegt zij het volgende.

In artikel I 6, eerste lid, van de Kieswet is een limitatieve opsomming van negen gronden gegeven op grond waarvan het centraal stembureau een kandidaat van de lijst kan schrappen. In het beroepschrift en de toelichting ter zitting wordt een beroep gedaan op ethische en politieke redenen. Dit zijn geen gronden waarin artikel I 6, eerste lid, van de Kieswet voorziet. Dat de Kieswet, naar [appellant] stelt, hierin ten onrechte niet voorziet, maakt dit niet anders.

Het lid van de enkelvoudige kamer is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

633.