ECLI:NL:RVS:2021:311
public
2021-02-17T10:32:54
2021-02-16
Raad voor de Rechtspraak
Raad van State
2021-02-16
202101007/1/A2
Eerste aanleg - meervoudig
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:311
public
2021-02-16T10:29:58
2021-02-17
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RVS:2021:311 Raad van State , 16-02-2021 / 202101007/1/A2

Op 5 februari 2021 heeft de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer op 17 maart 2021. Daarbij heeft het centraal stembureau de lijst Vrij en Sociaal Nederland ingediend door [partij A], geldig verklaard in kieskringen 1, 2, 8, 9, 10 en 12 en de "blanco lijst met als eerste kandidaat [partij B].", ingediend door [partij B], geldig verklaard in kieskringen 3, 4, 6, 7, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.

202101007/1/A2.

Datum uitspraak: 16 februari 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend te [woonplaats],

en

de Kiesraad, handelend als centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal (hierna: het centraal stembureau),

verweerder.

Procesverloop

Op 5 februari 2021 heeft het centraal stembureau besloten over de geldigheid en nummering van de kandidatenlijsten en het handhaven van de kandidaten op, en de aanduidingen bovenaan, de kandidatenlijsten voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer op 17 maart 2021. Daarbij heeft het centraal stembureau de lijst Vrij en Sociaal Nederland ingediend door [partij A], geldig verklaard in kieskringen 1, 2, 8, 9, 10 en 12 en de "blanco lijst met als eerste kandidaat [partij B].", ingediend door [partij B], geldig verklaard in kieskringen 3, 4, 6, 7, 11, 13, 14, 15, 16, 17, 18 en 19.

Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt bij de Kiesraad. De Kiesraad heeft het bezwaarschrift doorgezonden naar de Afdeling ter behandeling als beroepschrift.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 11 februari 2021, waar het centraal stembureau, vertegenwoordigd door mr. R.N.A. Al en mr. M. Diamant, is verschenen.

Overwegingen

1.    [appellant] is ingevolge artikel 8:41 van de Algemene wet bestuursrecht voor het door hem ingestelde beroep griffierecht verschuldigd. Een beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, indien storting of bijschrijving van het griffierecht niet heeft plaatsgevonden binnen vier weken na de dag van verzending van de mededeling waarin de indiener van een beroepschrift is gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Ingevolge artikel I 7, tweede lid, van de Kieswet gelezen in verbinding met artikel D 8, tweede lid, van die wet, kan de voorzitter een kortere termijn stellen, waarbinnen de bijschrijving of storting van het verschuldigde bedrag dient plaats te vinden.

2.    [appellant] is bij brief van 10 februari 2021, diezelfde dag per e-mail verzonden, op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is voorts vermeld dat de termijn voor het voldoen van het griffierecht is gesteld op 11 februari 2021 om 10:45 uur, zijnde het tijdstip van aanvang van de zitting. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven of contant op het adres van de Raad van State betaald. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellant] in verzuim is geweest.

3.    Het beroep is niet-ontvankelijk.

4.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. C.H.M. van Altena, voorzitter, en mr. P.B.M.J. van der Beek-Gillessen en mr. C.C.W. Lange, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.H.L. Dallinga, griffier.

De voorzitter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

De griffier is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.

Uitgesproken in het openbaar op 16 februari 2021

18-949.