ECLI:NL:RVS:2021:337
public
2021-02-24T10:31:37
2021-02-18
Raad voor de Rechtspraak
Raad van State
2021-02-18
202100625/3/V3
Voorlopige voorziening
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:337
public
2021-02-18T09:18:02
2021-02-24
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RVS:2021:337 Raad van State , 18-02-2021 / 202100625/3/V3

Bij besluiten van 23 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om haar en haar minderjarige kind een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw niet in behandeling genomen.

202100625/3/V3.

Datum uitspraak: 18 februari 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 26 januari 2021 in zaken nrs. NL20.22195 en NL20.22197 in het geding tussen:

[de vreemdeling], mede voor haar minderjarige kind,

en

de staatssecretaris.

Procesverloop

Bij besluiten van 23 december 2020 heeft de staatssecretaris aanvragen van de vreemdeling om haar en haar minderjarige kind een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 26 januari 2021 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdeling ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen.

Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld. Ook heeft de staatssecretaris de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Bij uitspraak van 29 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:192, heeft de voorzieningenrechter, vooruitlopend op de behandeling van het verzoek, een ordemaatregel getroffen.

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. J-A. Nijland, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en voorwaardelijk incidenteel hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1.    De staatssecretaris verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.

2.    Gelet op wat is aangevoerd, is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet aannemelijk dat de uitspraak van de rechtbank in stand blijft. Daarom en gelet op de belangen die de staatssecretaris en de vreemdeling naar voren hebben gebracht, treft hij een voorlopige voorziening.

3.    De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geen nieuw besluit op de aanvraag hoeft te nemen voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van M.E. van Laar LLM, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

w.g. Van Laar

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 februari 2021

373-945.