ECLI:NL:RVS:2021:348
public
2021-02-24T10:31:52
2021-02-22
Raad voor de Rechtspraak
Raad van State
2021-02-19
202100307/2/V3
Voorlopige voorziening
NL
's-Gravenhage
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RVS:2021:348
public
2021-02-22T11:50:41
2021-02-24
Raad voor de Rechtspraak
ECLI:NL:RVS:2021:348 Raad van State , 19-02-2021 / 202100307/2/V3

Bij besluiten van 3 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

202100307/2/V3.

Datum uitspraak: 19 februari 2021

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, vierde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:

[de vreemdeling],

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Utrecht, van 15 januari 2021 in zaken nrs. NL21.20 en NL21.52 in het geding tussen:

de vreemdeling

en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Procesverloop

Bij besluiten van 3 januari 2021 heeft de staatssecretaris de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd en hem in vreemdelingenbewaring gesteld.

Bij uitspraak van 15 januari 2021 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft de vreemdeling de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Overwegingen

1.    De vreemdeling heeft de voorzieningenrechter verzocht te bepalen dat de maatregel van bewaring wordt opgeheven.

2.    In het licht van artikel 5 van het EVRM en de stand van zaken in de bodemprocedure komt aan het belang van de vreemdeling bij de opheffing van de maatregel meer gewicht toe dan aan het belang van de staatssecretaris bij het voortduren daarvan. De voorzieningenrechter heft de maatregel daarom met ingang van vandaag op.

3.    De staatssecretaris moet de proceskosten vergoeden. Over de rechtmatigheid van de bewaring en eventuele schadevergoeding zal in de bodemprocedure worden beslist.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.    bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de maatregel van bewaring ingaande vandaag wordt opgeheven;

II.    veroordeelt de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot vergoeding van bij de vreemdeling in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 534,00 (zegge: vijfhonderdvierendertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.C.W. Lange, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Schippers, griffier.

De voorzieningenrechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen.   

w.g. Schippers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 februari 2021

347